Lucky Fonz III – ‘Niemand denkt: ik ben een hokje’

Het nieuwste album van Lucky Fonz III is een collageplaat, ontstaan uit zijn zoektocht naar de muzikale multimens.  Met veertien verschillende producers achter de knoppen heeft de veelzijdige verhalenverteller een lappensprei aan nummer gestikt van minimalistisch synthesizers, happy hardcore en snoeiharde gitaren. We spraken Lucky over Otto, identiteit, imago, interpretatie, hokjes en wansmaak.

“Nee, ik heb geen rituelen voor het optreden,” zegt Lucky terwijl hij twee biertjes voor ons uit zijn koelkast trekt. “Dat wordt dan al snel bijgeloof en voor een neuroot als ik kan zo’n ritueel een pathologische compulsie worden. Als ik ga beginnen aan mijn favoriete sokken en shit, dan radicaliseer ik ook meteen.”

Multimens

Het is een uurtje voordat de artiest op moet in De Oosterpoort, voor het tweede optreden in zijn clubtour door Nederland. Via de mail heeft tourmanager Frits ons gemeld dat wij de muzikant een kwartier kunnen spreken. Voorafgaande aan het optreden, want na de show is voor de fans.

“Ik geloof niet dat je mensen in een soort mal kan passen en dat die mal dan een goede voorspeller is van iemands gedrag”, zegt Lucky wanneer wij hem vragen naar de titel van zijn zevende album. “Multimens is een woord dat ik heb bedacht om het tegenovergestelde van hokjesdenken te beschrijven.”

“De grap is toch, dat als je iemand leert kennen diegene steeds meer kanten blijkt te hebben? Dan is iemand veel zachter of interessanter dan je had verwacht of heeft ie opeens een gekke hobby.” Abrupt staat Lucky op om te vragen of hij ons een borrel kan inschenken. Zelf drinkt hij niet voor een show, maar misschien willen wij wel een kopstootje naast ons bier.

‘Ik ben een hokje’

Wanneer wij de jenever aan de lippen zetten gaat hij verder. “Naarmate je jezelf beter leert kennen kom je er toch ook achter dat je heel divers bent? Iemand is nooit een hokje. Niemand denkt: ik ben een homo en dat is alles dat ik ben.”

“Of ik ben een moslim en dat is alles dat ik ben. Niemand denkt dat ooit, alleen andere mensen denken dat. De volgende stap is dan ook van anderen te verwachten dat zij veelzijdiger zijn dan je aanvankelijk dacht.”

Gabberhouse

Die veelzijdigheid geldt ook voor muzieksmaak vindt Lucky. “Vroeger was er schaarste aan muziek, nu overvloed. Mensen gebruiken muziek ook niet meer als identiteitsmarker, je luistert gewoon van alles en nog wat. In de nineties was je alto of skater of gabber, iedereen luisterde dan publiekelijk naar zijn eigen ding. Maar ik vond dat toen ook al heel vervelend. Want al die gabbers luisterde ook naar Nirvana, alleen dan stiekem. Waarom?”

Regelmatig wordt Lucky gevraagd of hij écht van gabberhouse houdt. “De instinctmatige reactie van mensen op happy hardcore is dat het het toppunt van wansmaak is. Ik ervaar dat niet zo. Ik ben blij wanneer ernaar gevraagd wordt, omdat het mij de gelegenheid geeft de verdenking weg te nemen dat ik het ironisch waardeer.”

Kokette spelen met wansmaak

“Dat kokette spelen met wansmaak, zo van lekker fout, daar doe ik niet aan. Dat is eigenlijk een echte waardering in de vermomming van een sociaal geaccepteerde manier.” Voor wie wil weten welke tracks uit het genre niet-ironisch gewaardeerd worden kan hier klikken voor de Playlist Otto’s House. “Allemaal house uit grootvaderstijd, haha.”

“Het concept van de multimens is een veel rijkere manier om naar anderen, maar ook naar jezelf, te kijken. Dan gun je jezelf meer. Het maakproces van dit album is daar het bewijs van. Ik had de nummers al en die gingen over dit soort thematiek. Toen dacht ik: als ik dit letterlijk wil vormgeven moet ik heel veel gaan samenwerken met vele anderen, mijzelf laten inspireren door allemaal verschillende mensen uit verschillende hoeken. En het werkt.  Je wordt uit je hokje geslingerd en dat geeft energie.”

Ik had nog willen zeggen

Wie Multimens luistert zal dit direct beamen. Waar het nummer Praten begeleid wordt door de minimalistische synthbeats van Cartiez, eveneens van het label TopNotch, knalt Ruwe Bolster Blanke Pit met behulp van de gitaarband St.Tropez uit de boxen. Kubus, de hiphop-producer uit Zwolle, zorgt voor de muzikale onderbouwing van Ik Had Nog Willen Zeggen, het verhaal over een jongen die paranoia bezig is met wat zijn vriendin uitspookt.

Wanneer wij willen weten of hij zich bewust is van zijn imago en wat hij vindt van het beeld dat men van hem vormt op basis van zijn teksten, haalt hij het nummer Ik Had Nog Willen Zeggen er weer bij. “Dat gaat niet over mij, maar over achterdocht en paranoia, een gevoel dat herkenbaar is. Er is een verschil tussen waar inspiratie vandaan komt en waar het over gaat.”

Autobiografisch, of toch niet?

Autobiografisch schrijven is volgens de zanger simpelweg een technische tactiek die je tot je beschikking hebt. “Je kan je laten inspireren door een film en dan denken wat een mooi verhaal, ik ga een liedje schrijven over iemand die ook zoiets meemaakt, maar je kan natuurlijk ook zelf iets meemaken en denken van ik ga daarover schrijven. Dat materiaal ligt voor handen en je hebt er al een emotionele reis mee gemaakt.”

Lucky loopt even naar de setlijst van de avond. “Het is een grove misvatting te denken dat omdat mijn muziek een autobiografische bron heeft het over mij zou gaan.” Volgens Lucky is hij niet bezig met hoe hij zelf overkomt in zijn muziek. “Dat zou ik ook niet heel nobel vinden. Mijn muziek is niet een platform om mijzelf te presenteren. Als dat zo zou zijn, zou ik ook wel iets positiever over mijzelf zingen.”

De Mossel

De artiest legt uit dat hij niet het laatste woord heeft over de betekenis van zijn liedjes. “Interpretatie is vrij, ik wil niet in de weg staan daarvan.” Op De Mossel, een lied over de wens naar de dood heeft hij al vele reacties ontvanggen. Een radio-dj vermelde zelfs het telefoonnummer van de zelfmoordhulplijn nadat hij het lied draaide, dat vond Lucky mooi.

“Ik denk dat als mensen mijn muziek waarderen ze niet zozeer aan mij denken, als wel aan henzelf. Als mensen De Mossel heftig vinden dan is het omdat ze zelf dat soort shit heftig vinden, niet omdat ze met mij medelijden hebben of zoiets.”

Keuzes

We zijn al ruim een half uur aan het praten als Frits, de tourmanager waarmee Lucky al tien jaar samenwerkt, binnenkomt als signaal dat de zanger zich zo moet omkleden. “Dit is misschien toch een ritueel; omkleden. Ik draag vaak sneakers overdag, als ik dan hakken aandoe kom ik in de modus.”

De mening van Frits wordt gevraagd inzake of beter een donker of licht overhemd gedragen kan worden. “Oh deze stinkt. Dat wordt dan sowieso de andere.” De organisch katoenen trui wordt uitgedaan en vervangen voor een spijkeroverhemd.

Otto Wichers

Lucky vraagt ons waar wij het over hadden. Of er een verschil is tussen Otto Wichers, zijn geboortenaam, en Lucky Fonz III. “Ik denk het wel. Het is geen alter ego ofzo, maar Lucky Fonz de Derde is de gestileerde, publieke versie van mijzelf. Die heeft niet een functionele trui aan zoals ik net had.”

“Die is ook niet zo snel chagrijnig. Ook minder saai. Eigenlijk is Lucky Fonz III zoals ik altijd ben maar dan met de toffe stukjes uitvergroot, de saaie stukjes weg, het nerdy, academische ding op de achtergrond en theatrale, aandachtsding meer op de voorgrond.”

Laura Dekker

De muzikant moet even snel weg om het voorprogramma aan te kondigen. Wanneer hij terugkomt in de kleedkamer zitten wij nog met een nijpende vraag over ons favoriete nummer, Zeilmeisje, van het eerdere album In Je Nakie. Wij willen weten wat Laura Dekker zelf van de lofzang op haar levenslust vond.

“Ik heb er nooit een reactie op gehad. Maar ik kan mij ergens ook niet voorstellen dat ze het nooit heeft gehoord. Vroeg of laat moet iemand haar dat liedje hebben toegestuurd. Ze is actief online. Ik heb het haar zelf nooit durven zenden. Ik weet niet, straks vindt ze het niet leuk ofzo.”

Freedom

Wanneer we ons afvragen of Laura de inspiratie was of simpelweg een voorbeeld om het onderwerp van het nummer, vrijer willen zijn, te illustreren, horen wij dat de inspiratie lag in haar rechtszaak tegen de onderwijsinspectie. “Ik vond dat hele idee dat zij niet naar school wilde gaan, maar wel wilde zeilen, dat zij dat belangrijker vond, mooi.”

“Wij hebben allemaal als tieners weleens gezegd: ik wil dit eigenlijk niet. Maar het kwam nooit in je op dat vervolgen ook echt niet te doen. Misschien spijbel je een middagje. Maar heel zelden dat je iemand hebt die denkt, ik doe dit neer meer, fuck dit. Ik was onder de indruk van de mogelijkheid überhaupt. Zij wilde zeilen omdat dat duidelijk haar ding was, en vervolgens is zij het het toen ook echt gaan doen.”

Wanneer Frits een laatste keer binnenkomt vertrekken wij met hem richting de zaal, zodat Lucky in alle rust nog een bak koffie kan drinken, toch nog een ritueel, voordat hij het podium op moet. We vragen Frits nog even naar zijn favoriete nummer van de man waar hij al tien jaar mee toert. Zonder twijfel zegt hij: Ik Ben Een Muis. Dat nummer zal Lucky die avond nog als toegift spelen, maar niet voordat hij de zaal zijn complete Multimens heeft doen ontmoeten.

Door: Davey Schippers en Macy van Geldorp

Meer In gesprek met